Wormen – hond

Inleiding
Onze honden en katten zijn vaak besmet met wormen. In Nederland zijn dit meestal spoelwormen en/of lintwormen. Het meest gehoorde antwoord op de vraag of een katten – of hondenbezitter zijn dier regelmatig ontwormd is: “mijn kat/hond heeft geen wormen, ik kijk altijd de ontlasting goed na”. Aan de buitenkant van het dier of aan de ontlasting is helemaal echter niet te zien of een dier spoelwormen heeft. Het grootste deel van de levenscyclus van de spoelwormen speelt zich af in het lichaam van het dier, met name in de dunne darm, de longen en de lever. Alleen de volwassen wormen komen af en toe naar buiten, via de ontlasting of via het braaksel. Wormeitjes zijn microscopisch klein en met het blote oog dus niet te zien, terwijl ze wel in grote aantallen aanwezig kunnen zijn. De meeste jonge honden en katten komen al besmet met de spoelwormlarven ter wereld en zullen als ze niet ontwormd worden hun hele leven besmet blijven.

De hond of kat kan ziek worden van deze wormen, maar ook wij kunnen besmet worden met de spoelworm die honden en katten bij zich dragen. Vooral voor kinderen kan een spoelworminfectie nadelige gevolgen hebben. Zo draagt een spoelworm-infectie bij aan het manifest worden of verergeren van allergische astma (meer hierover op de internetsite toxocaraplein). Omdat wij in nauw contact leven met onze huisdieren is het dus belangrijk dat we ze regelmatig ontwormen!

Spoelworm
De spoelworm wordt overgebracht via wormeitjes in de ontlasting van de huisdieren en wordt ook via de moeder rechtstreeks op pups of kittens overgedragen. Hierdoor zijn bijna alle jonge dieren in meer of mindere mate met spoelwormen besmet.
Of een hond of kat spoelwormen bij zich heeft is niet altijd aan de buitenkant te zien. Soms zijn de volwassen wormen in de ontlasting (of in braaksel) te vinden. Deze worm ziet er uit als een stukje spaghetti van 5 à 10 cm met dunne uiteinden.
Vaak is ontlastingonderzoek, dit gebeurt onder de microscoop, nodig om de wormeieren op te sporen.

Lintworm
Lintwormen verraden zich snel; als uw huisdier een lintworminfectie heeft kunt u vaak kleine witte stukjes ter grootte van een rijstkorrel rondom de anus of in de ontlasting zien. Een lintwormbesmetting treedt op via een tussengastheer: de vlo!
Een vlo kan een lintwormeitje in zich hebben; uw hond of kat kan tijdens het reinigen van de vacht een vlootje opeten en zo besmet worden. Bij de bestrijding van lintwormen is het dus tevens belangrijk de vlooien goed onder handen nemen.

Regelmatig ontwormen van uw huisdier is van groot belang voor de gezondheid van mens en dier.
Voor bestrijding van spoelwormen wordt het volgende ontwormingsschema aanbevolen:

* Pup: ontwormen op 2, 4, 6, en 8 weken; op 4 en 6 maanden; daarna iedere 3 maanden.
* Volwassen hond: iedere 3 maanden behandelen.
* Drachtige teef: tijdens de loopsheid als ze gedekt gaat worden; 10 dagen voor de bevallingsdatum.
* Kittens: op 4, 6, 8 en 10 weken; op 4 en 6 maanden; daarna iedere 3 maanden .                                                                                         * Volwassen katten: iedere 3 maanden behandelen.
Voor de ontworming geven wij meestal een middel dat werkzaam is tegen verschillende wormsoorten. Daarnaast is het altijd van belang het dier en de ontlasting te controleren op de aanwezigheid van wormen en zonodig een aparte kuur tegen lintwormen te geven.
In de praktijk hebben wij een folder waarin u een uitgebreidere uitleg vindt over de verschillende wormsoorten.


Wormkuren zijn verkrijgbaar in verschillende toedieningsvormen: tabletjes, pasta en (nieuw voor de kat) druppels in de nek. Dat laatste is erg makkelijk bij lastige katten.

Comments are closed.