Castratie – kat

Inleiding
Konijnen hebben de naam, maar ook katten kunnen zich razendsnel voortplanten. Als we ze hun gang laten gaan, zou het aantal nakomelingen van één kattenpaar binnen 7 jaar meer dan 400 bedragen! Binnen de kortste keren zouden er meer katten dan mensen in Nederland leven…
Dit willen we natuurlijk niet.
In Nederland leven meer dan 2,7 miljoen katten; per 100 inwoners zijn dat ruim 14 katten. Van alle kattenbezitters heeft 67% één kat en 33% heeft meerdere katten. Jaarlijks komen er ruim 45.000 zwerf- en afstandskatten in asielen terecht, met name in de zomermaanden.

Op vrijersvoeten
Katers en poezen hebben rond de paringsperiode (februari tot augustus) de neiging om op vrijersvoeten te gaan. Vaak laten mensen hun poes of kater hun gang maar gaan. ’Nestjes zijn zo leuk voor de kinderen’, ’Dat is toch de natuur van zo’n dier’, en ’Die kittens raak ik heus wel kwijt’ zijn nog te vaak de niet altijd goed doordachte argumenten.
Jonge katjes zijn schattig, maar helaas gaan veel mensen er ten onrechte van uit dat er voor elke kitten wel weer een goed adres wordt gevonden. Niet-geplaatste katjes belanden op straat of in het asiel. Ze verwilderen en leven op straat of op het platteland. Ze zoeken plekken waar voedsel te vinden is: campings, restaurants, ziekenhuizen of supermarkten.
Ze komen daar andere zwerfkatten tegen en al snel vormen ze een groep. Deze groep kan behoorlijk veel overlast veroorzaken. Ze krijsen, janken en sproeien. Ook veroorzaken ze rotzooi door bijvoorbeeld vuilniszakken open te scheuren en er is een verhoogd ziekterisico doordat te veel slecht gevoede en ongevaccineerde (zwerf)katten halfverwilderd rondlopen. Zwerfkatten kunnen bovendien ongeneeslijke virusziekten verspreiden naar uw huiskat.
Willen we het probleem bij de wortel aanpakken, dus bij de gewone huiskat, en het kattenoverschot zo veel mogelijk beperken, dan is onvruchtbaar maken de enige oplossing.

De meeste mensen die een kitten nemen staan er niet bij stil dat het leuke jonge diertje dat zij hebben, al na 6 tot 9 maanden (de spreiding is 4-19 maanden) geslachtsrijp is. Op deze leeftijd worden poezen voor de eerste keer ‘krols’ en gaan katers ‘stinken’. Poezen worden dan zeer aantrekkelijke voor katers die ‘op liefdespad’ zijn. Indien geen maatregelen worden getroffen, leiden zelfs kortstondige ontmoetingen tussen beide geslachten 9 weken later tot gezinsuitbreiding.

Castratie van de kater
Castratie betekent het verwijderen van de testikels (ballen). De testikels vormen niet alleen de zaadcellen maar ook mannelijke hormonen. Die hormonen veroorzaken het katergedrag, de typische katergeur en ook het uitgroeien tot het brede katertype. Het eerste voordeel van castratie is dat de kater geen jongen meer kan verwekken. Vaak wordt de ‘ex-kater’ ook veel huiselijker en gezelliger; hij heeft minder de neiging om van huis weg te lopen, te zwerven en te vechten, waardoor ook de kans op ontstekingen en vechtabcessen aanzienlijk vermindert. Een ongecastreerde kater plast vaak in huis en de urine heeft een typische sterke ‘katergeur’. Die geur verdwijnt altijd na castratie. Het
sproeigedrag verdwijnt meestal, al is er geen volledige garantie dat de kat zindelijk wordt. Soms is ook een gecastreerde kater onzindelijk, maar dan zijn er meer factoren van invloed dan alleen de geslachtshormonen.

Een kater kan in elk geval worden gecastreerd vanaf een leeftijd van 6 maanden. Soms zijn ze al op jongere leeftijd erg lastig (in huis plassen etc.). Omdat er voor de gezondheid van het dier geen bezwaar tegen is, mag de castratie dan ook op jongere leeftijd plaatsvinden.

Voor het uitvoeren van de castratie wordt de kater onder narcose gebracht. Na desinfectie van het gebied wordt in de balzak beiderzijds een klein sneetje gemaakt, de testikels worden naar buiten gebracht, afgebonden en weggenomen. Door samentrekken van de huid gaan de wondranden naar elkaar toe; de wondjes worden niet gehecht.
Er is overigens geen enkele reden voor een grotere kans op blaasgruis wanneer een kater op jonge leeftijd (6 maanden) wordt gecastreerd.

Voor de ingreep moet een afspraak worden gemaakt. De kater moet nuchter gebracht worden; dat betekent vanaf 12 uur voor de ingreep niet meer eten (wel drinken). Na de behandeling blijven de dieren enkele uren in de kliniek totdat ze weer wakker zijn en veilig naar huis toe kunnen. Thuis moet de kat een warm, rustig plekje krijgen waar hij verder kan bijkomen.
Andere huisdieren kunnen het beste uit de buurt gehouden worden totdat de patient weer helemaal bij is en stevig op de poten staat. Tot dat moment moet ook voorkomen worden dat een kat bijvoorbeeld van een trap af zou kunnen vallen.
Als een kater er echt om vraagt mag hij een klein beetje voedsel hebben. Als dat niet wordt uitgebraakt dan mag eventueel wel wat meer gevoerd worden. Zodra hij daar weer goed toe in staat is, mag de kater weer te drinken krijgen. Als een kat 2 dagen na de ingreep nog niks wil eten, moet u contact met de kliniek opnemen. Houdt de kater liefst 3 dagen binnen totdat ze weer helemaal de oude zijn.

Voordelen van jong castreren zijn dat de dieren sneller herstellen van de ingreep en dat infectie en overlijden tijdens of kort na de ingreep minder snel optreden. Het beruchte verstoppen van de urinebuis bij gecastreerde katers door blaasgruis treedt ook veel minder op vergeleken met katers die op latere leeftijd worden geholpen. Zorgen over vetzucht, groei- en gedragsproblemen gaan ook niet op. Vroeg gecastreerde katten worden net zo dik als hun niet-geholpen soortgenoten. Ook treedt er geen groeistop op of is er een toename van gedragsproblemen. Alleen de dikke katerkop blijft achterwege.

Bent u er niet zeker van of alles na de ingreep goed gaat, aarzel dan niet om even naar de kliniek te bellen voor overleg of kom met de kater voor controle langs in de praktijk.

Comments are closed.